MENU
nl

De morgenstond heeft goud in de mond

Onlangs ben ik vroeg opgestaan om foto’s te nemen van een polderlandschap rond zonsopgang. Er lag een deken van mist over het grasland en de sloten en de lucht kleurde rood. Wonderbaarlijk mooi en rustgevend. Veel van de omgeving was nog in nevelen gehuld, echter bij het opkomen en doorbreken van de zon loste de mist op en werd het landschap meer en meer zichtbaar.
In de voorbereiding voor deze bemoediging riep dit plaatje met zijn beleving het volgende in mij op. Het doet me denken aan onze dagelijkse wandel met God. Soms zijn er van die mistige periodes in ons leven, waarin we niet goed kunnen onderscheiden wat er voor ons ligt of wat er op ons afkomt. Dan is het God zelf die ons uitnodigt met Psalm 37:5-6:
Vertrouw uw weg aan de HEERE toe en vertrouw op Hem: Híj zal het doen. Hij zal uw gerechtigheid tevoorschijn doen komen als het morgenlicht, uw recht doen stralen als de middagzon.
Ik wil hierbij ook graag Maleachi 4:2a (of soms als Maleachi 3:20a) aanhalen:
Maar voor u die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan en onder Zijn vleugels zal genezing zijn;
Met de Zon der gerechtigheid wordt Jezus bedoelt en combineer je dat met Ps. 37:5-6 dan is jouw en mijn gerechtigheid in Jezus, door zijn volbrachte werk aan het kruis en opstanding uit de dood. Jezus heeft de duisternis van ons bestaan doorbroken. Allereerst door het vergieten van Zijn bloed als zoenoffer voor onze zonde – denk hierbij aan het morgenrood dat verschijnt als onderdeel van de dageraad voordat de zon opkomt – om vervolgens af te rekenen met de dood door Zijn opstanding, waardoor het volle leven voor jou en mij beschikbaar komt. Niet langer meer slaaf van de zonde, maar zoon en dochter van onze Hemelse Vader die tot zijn recht, tot zijn juiste bestemming, mag komen onder het stralen van de middagzon.
Hoe hoger de zon aan de hemel komt, hoe sneller de mist zal oplossen en we meer zicht krijgen op wie we zijn in Christus en hoe te leven op Gods manier, vanuit zijn gerechtigheid.
Jacob is hier een mooi voorbeeld van. Als hij vlucht voor Ezau en vervolgens bij Bethel een droom van God krijg, gooit hij het op een akkoordje hoe hij met God wil om gaan: als U dit en dat voor mij doet, mag U mijn God zijn. Jacob wil het op zijn manier! (Gen. 28:20-21)
Na een leven van ups en downs van bedriegen en bedrogen worden, ongeveer 20 jaar later, heeft Jacob in Pniël (Gen. 32:24-31) een echte ontmoeting met God (in de vorm van een worsteling): ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht, en mijn leven is gered.
Na deze Pniël ervaring staat er dan zo mooi: en de zon ging over Jacob op! En in het krijgen van zijn nieuwe naam Israël breekt ook voor Jacob het nieuwe leven door; niet langer op Jacobs voorwaarden, maar ‘God regeert’ (de betekenis van de naam Israël). Niet meer het vage, mistige van ons arglistig hart, maar de heldere zekerheid door het stralende zonlicht van: ik ben een zoon of dochter van mijn hemelse Vader en mijn toekomst is in Zijn Hand.

https://www.youtube.com/watch?v=1tjPUiIjo5U

Jan de Jong


    Hans

    Hans Rodenburgh